Film Kennis Centrum

Film Cursussen

De laatste jaren zijn door Filmkenniscentrum twee soorten cursussen / studiedagen ontwikkeld. De `Kunst van het kijken’ reeks concentreert op de film zelf. Deze leert opnieuw en minder vanzelfsprekend kijken. De tweede reeks is `Kunst van de bedrijfsvoering’ en concentreert op de filmvertoning. Hierin komen actuele organisatorische aspecten van de filmvertoning aan bod. Daarnaast organiseerde Filmkenniscentrum een aantal excursies en werkbezoeken.

Kunst van het Kijken

`Kunst van het Kijken 1: Filmanalyse’ gaat over filmanalyse en interpretatie: Hoe gebruikt een filmmaker zijn middelen, met welk doel en met welk effect? Camera, licht, geluid, decor, vertelwijze. Dat gaat vooral om vorm en stijl en hoe deze vorm invloed heeft op de inhoud, het verhaal, de sfeer en op hoe de kijker de film beleeft en interpreteert.

`Kunst van het Kijken 2: Filmgeschiedenis’ vertelt min of meer chronologisch de filmgeschiedenis aan de hand van opeenvolgende filmstromingen, hun kenmerken en de maatschappelijke en historische context. De centrale vragen zijn: Waarom of waaruit ontstond deze nieuwe stroming, waar leidde die toe, hoe is die herkenbaar en welke invloeden zijn zichtbaar?

`Kunst van het kijken 3: Klassiekers’ is een reis aan de hand van concrete films die zorgvuldig onder de loep worden genomen. `Klassiekers’ gaat om het vinden van antwoorden op eenvoudige vragen als: wat is een klassieker, worden die ook nu gemaakt, wat is de klassieker van de toekomst, en hoe herken ik die? De antwoorden zijn complexer dan de vragen. Het gaat minder om `objectieve’ vaststaande geschiedenis en meer om eigen oordelen.

`Kunst van het Kijken 4: Europese cinema sinds 2000’ gaat over het hier en nu, over deze tijd en onze omgeving. De wereld is jaren niet meer zo ver weg geweest en Europa niet zo dichtbij. En dat is onze nieuwe navel. Reden om daar eens beter naar te kijken: cinematografische zelf-inspectie op Europees niveau.

`Kunst van het kijken 5: Live filmmuziek’. Iedereen kent Alfred Hitchcock of Tim Burton. Welke bellen gaan rinkelen bij Bernard Herrmann en Danny Elfman. Hoe klinkt een film zonder muziek? Hoe klinkt een stomme film zonder muziek? Waar houdt muziek op en begint geluid? Behalve over geschiedenis, betekenis en werking van de filmmuziek gaat het ook over de inspiratie van de componist en muzikant. Hoe komt hij tot zijn muziek? Welke keuzes maakt hij. Afgesloten wordt met een compleet avondvullend live filmconcert.

`Kunst van het kijken 6: Live montage’. Zonder montage hebben films één lang shot en gebeurt alles chronologisch. Exact zoals het leven. Door montage ervaren we het onmogelijke als mogelijk, zo hebben we dat geleerd. En, met montage kan dit op een oneindig aantal manieren. Hoe werkt dat? Hoe is dat ontwikkeld? Hoe kun je daar mee spelen? De cursus is een mengeling van theorie en praktijk. Via een enorme database wordt ter plekke live gemonteerd zodat de illusievariaties zoals wij die ervaren direct zichtbaar zijn.

‘Kunst van het Kijken 7: De auteur zij met ons.’ Ditmaal staat de kijker centraal en niet de film als grote sturende kracht. Uitgangspunt is dat de toeschouwer om te kunnen omgaan met zijn gevoelens en ervaringen bij het filmkijken deze, soms ongemakkelijke, gevoelens wegwerkt door de film aan een auteur toe te schrijven. Die heeft het dan gedaan: lekker makkelijk. Afhankelijk van onze voorkennis vormen wij ons van de auteur een beeld en we vullen dit beeld in. Tegelijkertijd geeft de film ons allerlei signalen die ons leiden naar dit beeld. Het is een samenspel. Ondanks vele verschillende definities van een auteur herkennen wij als publiek een auteur omdat we deze zelf mede vormgeven: de wat brave Alfred Hitchcock net zo goed als de vaak heftige Lars von Trier. Met een auteur, in tegenstelling tot een maker zonder eigen stempel, gaan we een relatie aan zoals met een vriend. Dat kan ook als we nog niks weten van die auteur behalve de film die we net hebben gezien. En deze auteur gebruiken we dan weer als excuus om de schuld te geven van of om af te rekenen met onze eigen emoties.

‘Kunst van het Kijken 8: Weet wat je ziet.' `Alternative facts’ is razendsnel een veel gehoorde uitdrukking geworden. Wanneer is iets nep en dus fictie? Of juist feit en dus echt? En wat is dat dan, ‘echt’? Een prangende vraag, zeker in deze tijd waarin niet alleen Donald Trump met alternatieve feiten goochelt. Wie dacht goed te kunnen kijken, komt bedrogen uit. Dat geldt bij het bekijken van actualiteitenprogramma’s of het NOS Journaal maar net zo goed bij films. Los van de manipulatie van het beeld zelf of bijgevoegd commentaar kan ook de montage de toeschouwer op duizelingwekkend veel manieren op het verkeerde been zetten. Het recept lijkt eenvoudig: we nemen een feit. Maar hoe beschrijven we het of hoe laten we dat zien? Suggereren we realisme of brengen we het met veel toeters en bellen? Zaaien we twijfel, proberen we oprecht te zijn? Wordt het feit fictie?

Kunst van de Bedrijfsvoering

`Kunst van de bedrijfsvoering 1: Van aankoop tot uitbreng’. Hoe loopt het traject voordat een film in de bioscoop of het filmhuis te zien is? Wie doet wat, welke kosten zijn er mee gemoeid, waarom worden welke beslissingen genomen? Ook aandacht hierbij voor de marketing, hoe en met welke middelen wordt welk deel van het publiek bereikt?

`Kunst van de bedrijfsvoering 2: Inleidingen en spreken in het openbaar’. Hoe haal ik de essentie uit een film en hoe vertel ik die? Tijdens de cursus krijgen deelnemers handvaten aangereikt om zelf te achterhalen en in het openbaar te verwoorden wat de film voor hen betekent en waarom juist deze film speciaal van belang is.

`Kunst van de bedrijfsvoering 3: Goed bestuur’. Elk bestuur heeft weleens het gevoel dat het ‘besturen’ niet echt lekker loopt. Met behulp van een scan wordt de organisatie, meestal vereniging of stichting, doorgelicht. Aspecten als ledenwerving, financiën, organisatiestructuur of normen komen aan bod. Sterke en zwakke kanten van de organisatie en het bestuur worden blootgelegd waarna stappen voor verbetering genomen kunnen worden.

`Kunst van de bedrijfsvoering 4: Digitale techniek’. Alle technische aspecten van het digitale vertonen komen aan bod. Hoe werkt het? Wat zijn de consequenties? Wat ervaren we, zien en horen we ervan in de zaal? Welke aanpassingen en maatwerk zijn nodig en mogelijk en tenslotte welke keuzes en opties moeten meegenomen worden om verstandig te beslissen over aanschaf?

`Kunst van de bedrijfsvoering 5: Programma in het digitale tijdperk’. Hierbij gaat het om de inhoud en dan vooral om praktische zaken zoals mogelijkheden en beperkingen van het nieuwe programmeren. Wie zijn de nieuwe spelers? Wat wordt er mogelijk op het gebied alternatieve content, festivals, klassiekers, film service v.h. videma?

`Kunst van de bedrijfsvoering 6: De kleinste vertoners. Digitalisering van onderaf’. Digitalisering heeft een nieuw soort filmvertoners opgeleverd die tot nu toe buiten beeld zijn gebleven. Ze zijn vooral in de provincie actief. Ze zijn te klein om zich bij de bioscoopbranche aan te sluiten. Daardoor moeten ze alles zelf regelen. Een landelijk overlegorgaan of ontmoetingsplatform voor hen is er niet. Hoe gaan zij te werk en waarom zijn ze succesvol?

`Kunst van de bedrijfsvoering 7: Financieel gezond program­ meren'. Hoe programmeer je financieel gezond, bedien je het publiek en stel je een breed programma samen?

`Kunst van de bedrijfsvoering 8: Grenzen van filmvertoning'. Door veranderende overheidsopvattingen over nut, doel en rol van cultuur, door bezuinigingen, veranderende opvattingen over vrijwilligerswerk, maar ook door een veranderend publiek én aanbod, en door institutionalisering van de filmtheaters wordt succes steeds belangrijker om continuïteit te garanderen en ook om kwetsbare films te kunnen blijven vertonen. Tegelijkertijd groeien filmtheaters en bioscopen langzaam maar zeker op verschillende onderdelen naar elkaar toe.

`Kunst van de bedrijfsvoering 9: Techniek en financiering ervan.' In samenwerking met de Nederlandse Verenging van Bioscopen en Filmtheaters. Experts uit de branche geven antwoord op vragen over het VPF systeem, over het project Cinema Digitaal, over hardware en over software. Voorbeelden van onderwerpen die aan bod komen: Techniek van de toekomst: 4K, 3D, laser, Virtual Reality, LED-schermen, etc.; Hardware & software: wat kan én mag je er mee doen, de compatibiliteit van oude en nieuwe technieken, hoe lang blijft apparatuur bruikbaar (levensduur en dagwaarde) en ondersteunt (verkrijgbaarheid onderdelen), etc.; Samenwerking en VPF: wanneer eindigt het Cinema Digitaal VPF-systeem, wat zijn mogelijkheden voor samenwerking met oog op aanschaf nieuwe apparatuur, etc.; Financiering:wat zijn de kosten voor een nieuwe zaal (toekomstige apparatuur), zijn er upgrades mogelijk, reservering maken en samenwerkingsmogelijkheden.

Kunst van de bedrijfsvoering 10: Film in de Regio.' Experts uit de branche discussiëren over de vraag `Waar vindt de groei in filmvertoning plaats en wat betekent dat voor de regio?' Cultuur dichtbij, cultuur in de regio, regionalisering. Drie keer net een andere invalshoek. Het ging over bereikbaarheid, over spreiding en over veranderende opvattingen inzake de wereldse blik. Voor de bezoeker betekent dit dichtbij huis in de eigen habitat deelnemen aan cultuur, voor de cultuur betekent het overal gezien kunnen worden en bestuurders biedt het de mogelijkheid aansluiting te houden met de bewoners en zich te onderscheiden of te manifesteren.